Haagse parken, van pruiken tot petten
Den Haag
Men zegt dat Den Haag de meest gesegregeerde stad van Nederland is. Anders gezegd: de stad met het duidelijkst zichtbare onderscheid tussen de sociale klassen. Dat kan ook haast niet anders. In deze stad zetelen sinds jaar en dag regering en ambtelijke top op het Binnenhof en in een hele verzameling ministeries. Voeg daarbij de koninklijke familie, de bijbehorende adel, de militaire elite en zie daar: alles uit de toplaag kliekt en klit sinds honderden jaren samen in dit veredelde dorp. Want, vergeet dat niet, Den Haag heeft nog altijd geen stadsrechten.
Deze stad begon als dorp, niet eens aan zee. Het dorp aan zee is Scheveningen, pas veel later opgeslokt door de groeiende stad. Ooit was ‘Die Haghe’ een simpel plaatsje, dat uit zijn krachten is gegroeid doordat regering en koninklijk huis er neerstreken. Machthebbers hebben uiteraard personeel en ondergeschikten nodig, al die mensen die het apparaat van staat en monarchie draaiende houden. Het bijzondere aan deze situatie is dat het sociale onderscheid strikt afgeperkt is tussen ‘zand’ en ‘veen’. De ‘hogere klassen’ bouwden hun huizen van oudsher op zandgrond, grofweg langs de kust. Meer landinwaarts, waar de ondergrond in vroeger tijden uit veen bestond, vinden we de ‘lagere klassen’. Een andere aanduiding is die tussen ‘de pruiken’ en ‘de petten'.
We kunnen erom lachen, maar eigenlijk is die situatie niet veranderd. De moderne ‘pruiken’ zijn er nog steeds en ze wonen nog altijd in hun eigen wijken. Tegenwoordig worden hun gelederen aangevuld door ‘expats’, dure kenniswerkers uit vaak westerse landen. Die tref je niet aan in de volkswijken, waar niet alleen de moderne ‘petten’ wonen, maar ook migranten met een oneindig aantal achtergronden. Dat verschil is nog altijd enorm. Je zult niet snel een ‘kakker’ uit Duttendel tegenkomen in het volkse Moerwijk en omgedraaid al helemaal niet.
Hetzelfde principe zien we terug bij de parken die we aandoen op deze route. Clingendael en Ockenburgh zijn landgoederen die op zandgrond liggen en in adellijke handen waren. Ook het Westbroekpark vinden we op ‘voorname grond’. Het Zuiderpark is een puur volkspark, ingeklemd tussen woonwijken voor ‘gewone mensen’. De enige ‘middenklasser’ is het Haagse Bos. Geen echt park, meer een gecultiveerd bos. Het ligt vlak naast het centrum van de stad, dat inmiddels geen klassenonderscheid meer kent.
Ooit was de slogan van de gemeente ‘Den Haag bruist’. Dat is zo. Nee, dit is geen Amsterdam. Het uitgaansleven staat op een lager pitje; verwacht niet dat je hier na je fietstocht nog een nachtje kunt doortrekken. Het gespleten karakter van Den Haag levert wél een interessant contrast op tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Alles bruist en gist door elkaar, als in een groot proefvat. Behalve als het aankomt op de woongebieden. Daar liggen stevige grenzen tussen, die inderdaad in geen enkele andere grote Nederlandse stad zo duidelijk naar voren komen. Met de fiets zijn die grenzen gemakkelijk te overschrijden, zeker omdat ‘zand’ en ‘veen’ nooit écht ver van elkaar vandaan liggen.
Deze premiumroute is samengesteld door onze redacteur: Matthijs Termeer
Hier kun je jouw route uitbreiden met afstapmomenten
Nog geen afstapmomenten toegevoegd